donderdag, maart 23, 2006

sneeuwballen met de duivel

Vandaag kwam ik aan in Oruro ( Bolivia). De vorige email stuurde ik uit de peruaanse junglestad Iquitos. Daar was het broeierig heet, hier op 4000 meter hoogte in het Boliviaanse hoogland is het ijzigkoud en regent het dat het geen naam meer heeft. Belgie is voor één keer heel dicht bij. Ik las op de vrtnieuws site dat de eerste sneeuw in de hoge venen gevallen is. sneeuwpret en wie weet weer een aangekondigde witte kerst...



Oruro is een stad van mijnwerkers en schoenlappers. Volgens mijn taxichauffeur is het de thuishaven van het hevigste carnaval ter wereld. "Mejor que Rio" vraag ik nog niet overtuigd. "Vriendje," zei hij, "carnaval is het feest van de duivel en de duivel woont hier in onze mijnen", en hij lachtte zijn gele tanden bloot. ik slikte: "verdorie, waarom rijdt u in klanten rond in een dergelijk maatpak?" hij bleef lachen. "waarom hebt u zo een rode ogen? waarom hoor ik een tikkend geluid wanneer u met uw voet de gas indrukt..." de man haalde me uit mijn gedachten. "Hier Alojomiento Copacabana... 4 Bolivianos por favor."

Moest ik benjamin in een of andere datingshow voor koppels die om een of andere dwaze reden samen op reis vertrekken, moeten vergelijken met een auto, dan zou ik voorzichtig argumenteren dat hij een diesel is. Zo een oude Ford uit een of ander legendarisch bouwjaar. Lichtbruin en met banden die met moeite door de keuring zouden geraken.

Vandaag nam ik in La Paz afscheid van mijn trouwe metgezel. Tijdens de eenzame busrit van La Paz naar Oruro tuurde ik over het Boliviaanse hoogland. Mijn gedachten waren somber net als de grijze regenwolken aan de duistere hemel. Neil Young zong "Long may you run", een ode aan zijn trouwe wagen. Shakey en zijn car, die twee hebben als je het lied mag geloven heel wat meegemaakt. Een kofferbak vol herinneringen. Ook ik heb een rugzak vol herinneringen aan de tijd samen met Benjamin. Ik draag dat zware ding graag mee de Andes over.

Maar daar zat ik dus. Alleen en een beetje verloren, te denken aan die gouwe ouwe Crollen, aan zijn redenaarstalent en aan zijn dromen. Ik dacht niet alleen aan benjamin. Ook aan het indigenavrouwtje dat ons gisteren met heel veel liefde de weg wees, aan de voetbalwedstrijd en aan een dolende Oostenrijker. Ik dacht dat mijn gedachten net zoals de wolken waren, en dat het in belgie bijna kerstmis is.

Naast me lag een Boliviaan. Hij had zijn benen tegen de mijne aangevleid. Ik had het wel degelijk gemerkt maar liet hem slapen. De bolivianen die ik tegen kwam waren van de vriendelijkste en meest open en oprecht geinteresseerde mensen die ik in dagelijkse ontmoetingen ooit ben tegengekomen. Ze werken hard maar zeker niet te veel. Bolivia staat te boek als een bedelaar slapend in een gouden bed. Ze lachen graag en vertellen honderduit. Als ze eindelijk slapen en de cocabladen uitgewerkt zijn, laat je ze beter even soezelen. Zeker wanneer jezelf ingedachten verzonken bent.

Ik herinnerde me vandaag een ondenkbaar lange busrit. Het was de rit van Huanaco naar Ayacucho. We doorkruisten de Peruaanse Sierra. Het landschap was groen en de akkers lagen vredig onder rood bruine dekens te slapen. Campesiños hadden zwaar beladen ezeltjes op sleeptouw. Herders hier en daar, willlekeurig door de wind over het gouden bed verspreid. Ze staan stil op het land en kijken vol verwondering naar hun grazende schapen of naar de passerende bus. Soms steek ik dan mijn hand op en wuif voorzichtig. Dan lachen ze, roepen iets dat ik niet liplezen kan en schudden ze het hoofd.

Even later tijdens dezelfde rit, stapte een vrouwtje de bus op. Naast me was plaats en ik nodigde haar vriendelijk uit. "dank je jongheid" zei ze. Ik wilde vragen waarom ze de jutte zak zo voorzichtig op haar schoot hield. De kalkoen in de zak had mijn gedachten gelezen, want nog voor ik het in mijn beste Spaans had gevraagd voelde ik de adem van het beest op mijn linkerarm. Kalkoenen ja, mijn buurvrouw had er een en ze lachtte. Binnen enkele maanden zal dat beest smaken. Ik lachtte. de kalkoen verstopte zich naarstig weer in de zak. Het arme beest, amper enkele maanden oud.

Maar goed. Ik keek dan maar naar buiten. De avondlucht werd vurig rood. In de verte graasden lama·s. Rood licht in de avond is de voorbode van een mooie dag. Het vrouwtje naast me had gezien dat ik de lama·s had opgemerkt. Ze gesticuleerde en legde me uit dat er lama·s, vicuña·s en alpaca·s bestaan. Het zijn broers en zussen van de kameel. Ze worden gegeten en van hun vacht wordt wol gemaakt.


Die dag luisterde ik ook naar mijn mp3 spelertje. Bright Eyes toen. Het liedje dat na Long may you run staat geprogrammeerd. Landlock Blues: if you walk away, i walk away... die dag zo herinner ik me, dacht ik aan de dag dat ik afscheid zou nemen van benjamin. Long did we run.

De reisweg sinds Iquitos was alsvolgt. Iquitos - zeven dagen op zo een boot uit het vorige verslag - Paculpa - Huanaco - Ayacucho - Cuzco - Ollantantambo - Aguas Calientes - Machu Picchu - Puno - Copacabana - Isla del Sol - La Paz - Tihuanaco - Oruro

Wat komen zal weet ik niet met zekerheid. Ik probeer naar Torotoro te reizen. Een Boliviaans Jurassic park, wandel er misschien in de voetsporen van dino·s, reis dan naar Potosi, ooit een stad zo groot als Parijs, maar vandaag helaas niet meer dan een dorp op een uitgeholde berg. Vooraleer ik Chile binnenrij in een pick-up, hou ik halt in de zoutwoestijnen van Uyuni.




2 Comments:

At 9:54 p.m., Blogger jo said...

met plezier gelezen

 
At 3:15 p.m., Anonymous Anoniem said...

nsxtuqv jda eldsv phat booty

sqjkj!

mbrjw sdbpgq oll huge dicks

 

Een reactie plaatsen

<< Home