donderdag, maart 23, 2006

een wansmakelijke grap van een schotse arbeider

Bijna een maand ben ik onderweg. Op 1 oktober landde ik in quito, de manische en schizofrene hoofdstad van ecuador. Het regende er pijpenstelen en het was er berekoud. Niets maar dan ook niets deed vermoeden dat ik in Zuid Amerika was geland. Moest er geen gele, rood met blauwe vlag gehangen hebben aan de balie, dan had ik gezworen ontwaakt te zijn in een wansmakelijke grap van een schotse arbeider. Maar stilaan keek ik door de vele clichees die blijkbaar talrijk aanwezig zijn in mijn bewustzijn heen.
Benjamin wachtte me op in de ontvangsthal van de luchthaven. Ik herkende hem meteen: zijn twee donker bruine bambieogen priemden door de hal en zijn bruinverbrande gezicht zat mooi verborgen achter een volle rosse baard.
Ik moest lachen en kreeg het meteen een beetje warmer. We groetten elkaar hartelijk en ik wist meteen dat ik mijn gedroomde reispartner had gevonden.
De eerste weken loodste benjamin, die al een maandje in de Sierra had gewerkt, me door het hectische maar immens mooie land. De spaanse taal, de mensen spreken hier Castellano, is me na een maandje reizen eindelijk goed aan het afgaan.

Conversaties blijven weliswaar heel oppervlakkig maar ik kan mijn plan trekken om aan eten te geraken of een slaapplaats te versieren. Hier en daar hoor ik mezelf een tot nu in den treure herhaald mopje vertellen.

Quito lieten we na drie dagen achter ons: we verlangden naar rust en stilte. Twee schaarse goederen in Latijns Amerika.
De mensen van hier kijken enigsins verbaasd wanneer we zeggen dat we horendol worden van al die piepende taxis, gillende salsa boxen, dampende uitlaten, kruisende vrouwen en bedelende kinderen.

Schematisch zag de route er toe nu toe als volgt uit:

Quito - Latacugna - quilotoa - pujilli - baƱos - riobamba - el tambo - cuenca - villcabamba - Loja - macara
we staken de grens tussen ecuador en peru over in macara
Macara - Chiclayo - Cajamarca - Tarapoto - Yurimaguas - Iquitos

De laatste week zaten we volop in de peruaanse jungle. In ecuador reisden we over het hoogland tussen de Oostelijke en de Westelijke andesruggen. Niet alleen klimatologisch is het verschil immens ook de mensen en de gewoontes zijn van een andere aard.

Er zijn momenten geweest die ik nooit meer zal vergeten. Dromen komen uit en in de schaarse contemplatieve momenten wordt er me af en toe ook eens iets duidelijk.

Een onvergetelijk moment wil ik jullie toevertrouwen: Drie dagen geleden stapten we aan boord van de Eduardo. De Eduardo is een roestige amazoneschuit; denk een beetje aan de ferrie op de schelde maar dan zonder de vlaggen, wimpels en tuinstoelen op het dek. De sociale segregatie aan boord is de normaalste zaak van de wereld.
( arme luizen worden tot het onderste dek veroordeeld, rijke mensen reizen comfortabeler op het bovendek )
Wie dit op voorhand weet heeft de keuze tussen een luxe driedaags verblijf op het bovendek
( luxe betekent dat je doordat je hoger zit meer wind vangt in je hangmat )
en dat de bar ( lees een schaars gevulde brusselse nachtwinkel ) op je verdieping te vinden is.
Dat we de keuze hadden tussen twee dekken kwamen we eigenlijk pas achteraf te weten.
Maar omdat we beneden echt dicht in contact kwamen met de plaatselijke bevolking, hebben we ons lot nooit beklaagd. De temperatuur steeg er nochtans vanaf 7 u s morgens vlot naar de 40 graden, als je wilde douchen dan was dat geen probleem. De rivier stond in rechtstreekse verbinding met afgaande op de smaak van het eten alle leidingen. De eerste nacht lagen we met 320 op het beneden dek.
Ik werd midden in de nacht wakker met kramp in mijn linker been, het andere been lag wat afwezig in de hangmat van mijn vriendelijke buurvrouw. Ze heeft het niet gemerkt of ze heeft het gewoon nooit tersprake gebracht. Leren slapen in een hangmat vroeg enige training en beheersing maar ik moet zeggen het went. De man schuin achter mij had last van opkomende slijmen. De hele nacht spuugde hij alles netjes op een hoopje. Hoe hij het deed weet ik niet maar oefening baarde kunst wist ik sinds kort.
Het was dankzij die man dat ik die nacht buiten op het dek ben gaan staan. Het broeierige, stinkende, snurkende en ongetwijfeld zeer onhygienische ruim veranderde eensklaps in de prachtigste sterrenhemel die ik ooit heb gezien. Het lijkt of er daar in de hemel een lichtstad bestaat groter nog dan brussel. Onder de melkweg vond ik eindelijk die rust waar ik wat geforceerd naar had lopen zoeken. Ineens werd ik me bewust van mijn eigen hartslag en de oneindig verscheiden insectenrijkdom die je vanop de oever hun mooiste liederen hoorde zingen en giftigste pijlen voelde lanceren. De geur van de Amazone vergeet ik nooit meer ze deed me denken aan de geur van de beek in vlierbeek bij leuven waar ik in mijn jonge jaren met Kristof een bootje doortrok. Het leek alsof de rivier altijd al in mijn herinnering aanwezig was geweest.
Daar op het dek stond ik dan, met mijn haren wapperend in de wind en met mijn neus vooruit als was ik een windhond die speurde naar vergeten momenten. Niet alleen het verleden passeerde in mijn gedachten ook de toekomst kreeg vorm in een stille kleurenfilm van gedachten en ideeen. Een uurtje moet ik daar gezeten hebben tot de kilte me weer naar mijn hangmat dwong. De motor sputterte en zuchtte, ik viel wiegend boven het speeksel van mijn buurman in een diepe slaap. Het eerste wat ik deed toen ik wakker werd was de dag bedanken voor de voorbije nacht. Dat klinkt niet echt logisch, maar misschien hadden die twee toch meer met elkaar te maken dan ik tot dan toe had gedacht.